7 redenen waarom je geen schrik moet hebben van honden

Inhoud

Sommigen kunnen niet zonder, anderen hebben er dan weer schrik van. Toch moet je echt geen schrik hebben van een hond. En wel om deze zeven redenen.

1. Honden vallen nooit zomaar aan

Honden die aanvallen hebben daar altijd een goede reden voor. Wanneer je een hond dus geen reden geeft oom uit te vallen, zal het dier je geen kwaad doen. Het dier zal zich dan namelijk al snel op zijn, of haar, gemak voelen in je nabijheid. Honden zijn immers van nature dieren die conflicten het liefst willen vermijden. Een frontale ontmoeting zal bij een hond doorgaans samen gaan met sociaal gedrag, vergelijkbaar met het handen schudden, of juist een ander opzettelijk vermijden, bij de mens.

2. Honden hebben een duidelijke lichaamstaal

Honden zijn eveneens bekend met sociale gedragingen. De dieren communiceren namelijk door middel van het geven van signalen. Elke ontmoeting met een hond zal bovendien anders verlopen. Soms loopt een dier met een grote boog om je heen, terwijl een andere hond juist direct al met je wil spelen. Hoe vertrouwder je met de hond bent, hoe meer lichamelijk contact het dier met je zal willen maken. Om een ontspannen contact met een hond te krijgen moet je zijn lichaamstaal begrijpen en het dier vertrouwen geven.

3. Benader een hond alleen als deze ontspannen is

Iedereen heeft er vast wel eens mee te maken gehad: een opgewonden hond die alle kanten op springt of juist hard tegen je begint te blaffen. Dergelijke honden dien je pas te benaderen op het moment dat deze rustig en ontspannen zijn. Uiteraard dien je altijd eerst te kijken wat de hond je duidelijk wil maken met zijn lichaamstaal. Een angstige of agressieve hond zal bijvoorbeeld eerder naar je uitvallen.

4. Neem zelf niet het initiatief tot aanhalen

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, wil niet elke hond aan worden gehaald door een vreemde. Voor sommige honden is het ronduit bedreigend als een onbekende met uitgestoken hand op hen af komt lopen. Ook een hond onverwacht gaan aaien is zeker niet aan te raden. Het dier kan schrikken van je aanraking en/of zich aangevallen voelen. Beter wacht je tot de hond zelf op een ontspannen en rustige manier contact met je zoek.

5. Niet elke hond is hetzelfde

Niet elke hond is hetzelfde. Ieder dier heeft immers een eigen karakter en dus persoonlijke eigenschappen waar je altijd rekening mee dient te houden. Het wil dus niet zeggen dat omdat de poedel van je oma een lief was, ook alle andere poedels ervan houden om door jou geknuffeld te worden. Uiteraard geldt ook het omgekeerde: niet elke Duitse herdershond is vals omdat je ooit gebeten bent door een soortgelijk exemplaar van de buren. Wanneer je een hond benadert zul je dan ook steeds weer opnieuw in moeten schatten hoe deze hond zal reageren. Dit doe je wederom door naar de lichaamstaal te kijken van het betreffende dier.

6. Communiceer met het baasje

Wanneer je niet zeker weet of je een hond probleemloos kunt benaderen, is het goed dit aan de baas van het dier te vragen. In geen geval is het verstandig om uit het niets naar het dier toe te lopen. Zeker niet als de hond is in zijn eigen territorium bevindt. Je kunt dan namelijk als een ongewenste indringer worden gezien. De hond zal er dan alles aan doen om je weg te jagen. Het dier zal dan meestal gaan blaffen, de tanden ontbloten, grommen en soms zelfs bijten. Zijn baas kan hem echter vaak geruststellen zodat je rustig het terrein op kunt lopen en de hond geleidelijk aan je kan wennen.

7. Uiterlijk zegt niet alles

Het uiterlijk van een hond zegt niet altijd iets over zijn persoonlijkheid. Een grote, logge hond met een gerimpelde kop, zoals een boxer, heeft in de meeste gevallen juist een lief karakter. Terwijl een klein en lieflijk ogend teckeltje vaak veel feller uit de hoek kan komen. In plaats van op het uiterlijk van een hond te letten doe je er dus verstandig aan om, zoals eerder al is verteld, goed te letten op de lichaamstaal van het dier.